In de vroege 17e eeuw legde Bunnik de basis met een provinciale zandweg naar omliggende dorpen en Utrecht. Koning Willem I verhardde in 1815 belangrijke routes in het Kromme Rijngebied.
Ooit de enige toegang tot Zeist, werd de Bunnikse Brug in 1711 tolweg voor rijtuigen en vee, met uitzonderingen voor zwarte paarden en paarden met een bles en vier witte benen. De brug, voor 1964 de enige route naar Zeist, vereiste tolheffing van een stuiver, en werd onderhouden door Gijsbertus van Merkesteijn. Twee 19e-eeuwse vernieuwingen volgden vanwege toenemend verkeer. In 1971 werd de brug enkel to